Leefstijl en transplantatie - Herstel direct na transplantatie
Goede voeding is belangrijk. Dit is ook zeker het geval na je transplantatie, wanneer je lichaam voedingsstoffen uit je voeding gebruikt om te herstellen. Verschillende studies laten zien dat goede voeding bijdraagt aan een sneller herstel. Ook heb je met gezond eten een kleinere kans op complicaties of problemen na je transplantatie.
In het begin kan het even wennen zijn om weer ‘gewoon’ te eten. Zeker als je lange tijd een strikt dieet hebt gevolgd en bepaalde voedingsmiddelen niet of nauwelijks meer at. Misschien vind je het moeilijk om oude eetgewoonten los te laten. Bijvoorbeeld omdat het oude dieet houvast gaf. Of omdat je bang bent dat het donororgaan beschadigt. Maar voor je lichaam en het donororgaan is het beter als je probeert de richtlijnen voor gezonde voeding te volgen.
In dit artikel bespreken we het belang van eiwit-, energie-, vocht- en zoutinname en voedselveiligheid kort na je transplantatie. Werkt de donornier (nog) niet goed? Dan kan een aangepast dieetadvies nodig zijn. Bespreek dit met het transplantatiecentrum en je diëtist.
1. Eet na de transplantatie voldoende calorieën
Het is belangrijk om voldoende te eten en drinken na je operatie. Na een operatie worden de reserves van het lichaam gebruikt voor het herstel. Deze reserves moeten weer worden aangevuld met de juiste voeding in voldoende mate.
Je mag na je transplantatie dus iets meer eten dan normaal. Maar overdrijf het niet. Als je een normaal gewicht hebt, eet dan in de eerste weken na je transplantatie ongeveer 20% meer dan wat je voor de transplantatie at. Dat is ongeveer 400 extra kilocalorieën per dag. Om je een beeld te geven: dat zijn 2 sneetjes volkorenbrood met pindakaas. Wil je preciezer weten hoeveel calorieën je nodig hebt op een dag? Lees dan het stuk hieronder.
Dit klinkt ingewikkeld, maar valt best mee. Hieronder leggen we de formule uit.

Stap 1. Energieverbruik in rust
Je ziet in de formule dat je voor je aanbevolen calorie-inname 1,2 x je energieverbruik in rust moet doen. Je energieverbruik in rust is een lager energieverbruik dan je totale verbruik. Bij energieverbruik in rust wordt gekeken naar wat je lichaam nodig zou hebben zonder enige activiteit, als je alleen maar stil in bed zou liggen. Je energieverbruik in rust, ook wel basaal metabolisme genoemd, kun je berekenen via een online BMR-calculator. Vervolgens vermenigvuldig je het eerste (het kleinste) getal dat je ziet (‘je caloriebehoefte BMR’) met 1,2. Dit is je aanbevolen totale energiebehoefte na de operatie in rust.
Stap 2. Niveau van lichamelijke activiteit
Natuurlijk lig je na de operatie niet alleen maar in bed, maar beweeg je ook. Met die beweging verbrand je energie. De mate van lichamelijke activiteit, dus hoeveel je beweegt op een dag, wordt de PAL-waarde genoemd. PAL staat voor ‘Physical Activity Level’, in het Nederlands ‘niveau van lichamelijke activiteit’. Om je totale energieverbruik per dag te berekenen moet je de PAL-waarde vermenigvuldigen met je basaal metabolisme, dus met je energieverbruik in rust.
Hieronder kan je met behulp van de tabel opzoeken welke PAL-waarde past bij je huidige levensstijl. Veel mensen hebben een PAL-waarde van rond de 1,4. Na je operatie zal het misschien wat meer rond de 1,2-1,3 liggen.

Tabel 1. Activiteitenniveau in PAL-waarde
Stap 3. Aanbevolen calorie-inname
Vermenigvuldig je PAL-waarde met je aanbevolen totale energiebehoefte na de operatie in rust. Nogmaals, je aanbevolen totale energiebehoefte na de operatie in rust is je BMR (hierboven berekend) x 1,2. Je weet nu je energiebehoefte op een dag, oftewel je aanbevolen calorie-inname.
Nu je weet hoeveel energie je nodig hebt op een dag, is het ook nuttig om te weten hoeveel energie je op het moment eigenlijk binnenkrijgt op een dag. Misschien eet je wel te veel of te weinig. Dat kan je in de oefening hieronder gaan bekijken.
Voorbeeld berekening: Voor Gerard, een 55-jarige man van 70 kg en 178 cm met weinig tot geen lichaamsbeweging in de week na transplantatie: Formule: Aanbevolen calorie-inname = 1,2 x energieverbruik in rust x niveau van lichamelijke activiteit
- Stap 1. Energieverbruik in rust = 1541 kcal
- Stap 2. Niveau van lichamelijke activiteit = 1,1 (tussen 1,0 en 1,2 in)
- Stap 3. Aanbevolen calorie-inname voor Gerard = 1,2 x 1541 x 1,1 = 2034 kcal per dag
2. Eet na de transplantatie extra eiwit
Het kan voorkomen dat je na je transplantatie minder eetlust hebt. Toch is het juist in de eerste 2 maanden na je operatie belangrijk om extra eiwit binnen te krijgen om te herstellen. Het lichaam heeft eiwit nodig om wonden te herstellen en om spieren weer op te bouwen. Er zijn dierlijke en plantaardige eiwitten. Dierlijke eiwitten zitten in vlees, vis, melk(producten) en eieren. Plantaardige eiwitten zitten vooral in peulvruchten, sojaproducten, vleesvervangers, noten, groente en graanproducten.
Hoeveel eiwit heb ik nodig per dag?
Vlak na de operatie is de aanbevolen hoeveelheid eiwit 1,2-1,5 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht per dag. Dit is een stuk hoger dan voor een gezond persoon. In de tabel hieronder staan de aanbevolen eiwitbehoeftes voor verschillende lichaamsgewichten. Voor de minimale eiwitinname per dag (het laagste getal) is uitgegaan van 1,2 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht. Voor de maximale eiwitinname per dag (het hoogste getal) van 1,5 gram eiwit.
De tabel is gebaseerd op de adviezen voor als je een gezond gewicht hebt. Als je ondergewicht of overgewicht hebt, moet je eiwitinname hiervoor worden aangepast. Je hebt dan meer (bij ondergewicht) of minder (bij overgewicht) eiwit nodig dan je zou denken op basis van je huidige gewicht. Je diëtist kan helpen om dit te bepalen. Als je zelf wilt uitrekenen wat je aanbevolen eiwitbehoefte is, doe dan de oefening onder de tabel om je eiwitbehoefte zelf bepalen. In deze oefening ga je ook uitrekenen of je een gezond gewicht hebt.

Tabel 2. Aanbevolen eiwitbehoefte per gewicht bij een gezond gewicht
Eiwit per product
De eiwitbehoefte die je in de tabel of op basis van de berekening ziet, is waarschijnlijk een stuk meer dan wat je aan eiwit mocht eten voor de transplantatie. Het kan daarom even puzzelen zijn hoe je genoeg eiwit binnen krijgt op een dag. Hieronder zie je een tabel met de hoeveelheid eiwit in verschillende producten. Deze tabel kun je gebruiken als hulpmiddel bij het samenstellen van je maaltijden.

Tabel 3. Eiwitwaarde per product
3. Drink minimaal 2 liter per dag
Het advies is om veel te drinken: minimaal 2 liter per dag. Dit is nodig om de donornier optimaal te laten werken. De minimale 2 liter drinken staat los van het vocht dat je via voeding binnenkrijgt. Het gaat dus echt om vochtinname door te drinken. Kies het liefst voor dranken zonder suiker, zoals water, koffie en thee. Wel kan je bijvoorbeeld een schijfje citroen, wat muntblaadjes of vers of bevroren fruit toevoegen aan je water voor een lekker smaakje.
Het kan dat je vanuit het transplantatiecentrum een ander persoonlijk advies krijgt over de hoeveelheid vocht die je moet drinken. Je specialist uit het transplantatiecentrum let er bijvoorbeeld op of je al goed plast na de transplantatie. Op basis daarvan krijg je misschien een ander persoonlijk advies. Volg dan dat advies op.
4. Eet maximaal 6 gram zout per dag
Gemiddeld 80% van het zout in voeding komt uit bewerkte voedingsmiddelen. Maar 20% wordt later zelf toegevoegd. Om minder zout te eten, is het dus goed om minder bewerkt voedsel te kiezen en bewerkt voedsel te vermijden. Ga voor simpele, pure ingrediënten en laat pakjes en zakjes veelal links liggen. Bouillonblokjes, kant-en-klare maaltijden of sausjes, kruidenmixen met zout kan je bijvoorbeeld vervangen door kruidenmixen zonder toegevoegd zout, verse kruiden, zoutarme bouillonblokjes en makkelijke zelfgemaakte maaltijden.
Zoutinname schatten
Om te schatten hoeveel zout je per dag binnenkrijgt kun je gebruik maken van de Zoutmeter van de Nierstichting. Daarvoor klik je hier. Als je een voedingsdagboek hebt bijgehouden, weet je het nog preciezer. Je kunt het ook uitrekenen op basis van de labuitslagen van een 24-uurs urine.
Zout en bloeddruk

Door het gebruik van onder andere prednison, ciclosporine (Neoral®) en tacrolimus (Prograft®, Advagraf®, Envarsus®) kan de bloeddruk verhoogd worden. Ook te veel zout kan leiden tot een hoge bloeddruk. Een hoge bloeddruk zorgt voor een hogere kans op hart- en vaatziekten en is slecht voor je nieren. Het is dus van belang om te zorgen dat je bloeddruk niet te hoog wordt. Minder zout eten kan hier aan bijdragen.
Het advies blijft om dagelijks niet meer dan 6 gram zout te eten. Houd je aan dit advies. Je hebt natuurlijk wel wat zout nodig om goed te functioneren. Een te laag zoutgehalte zorgt gek genoeg namelijk ook voor een hoger risico op hart- en vaatziekten. Zout is ook belangrijk voor je. Heel weinig is ook niet goed. Zorg daarom dat je wel een paar gram zout per dag binnenkrijgt maar blijf onder die 6 gram.
Medicijnspiegel in je bloed
Kort na je transplantatie heb je ook al gehoord dat je sommige voedingsmiddelen nu niet mag eten. Dat komt doordat je bepaalde afweerremmende medicatie neemt. Die neem je nu nog steeds. Sommige voedingsmiddelen beïnvloeden de werking van afweerremmende medicatie en moeten dus vermeden worden. Grapefruit, mineola, orlando, pomelo, pompelmoes, sweetie, ugli, het sap van deze vruchten en oranjemarmelade (gemaakt van bittere sinaasappels) verhogen de kans op bijwerkingen. Dit komt doordat deze producten een bitterstof bevatten die de medicijnspiegel in het bloed verhogen. Bij gebruik van bepaalde medicijnen, waaronder tacrolimus (Prograft®, Advraf®, Envarsus®) en ciclosporine (Neoral®) mag je deze vruchten niet gebruiken.
Overig citrusfruit zoals hand- en perssinaasappels, mandarijnen, limoenen en citroenen kan je wel eten. Let ook op met het gebruik van kruidenmixen waar Sint Janskruid in zit. Door Sint Janskruid kan de medicijnspiegel ook omhoog gaan.
Daarnaast is het heel belangrijk dat je let op het niet eten van bepaalde grapefruit(achtige) fruitsoorten. Bij gebruik van bepaalde medicijnen, waaronder tacrolimus (Prograft®, Advraf®, Envarsus®) en ciclosporine (Neoral®) mag je sommige producten niet eten. Dit zijn: grapefruit, mineola, orlando, pomelo, pompelmoes, sweetie, ugli en oranjemarmelade (gemaakt van bittere sinaasappels). Ook het sap van deze fruitsoorten mag je niet drinken. Deze producten verhogen de kans op bijwerkingen. Dit komt doordat deze producten een bitterstof bevatten die de medicijnspiegel in het bloed verhogen. Overig citrusfruit zoals hand- en pers sinaasappels, mandarijnen, limoenen en citroenen kan je wel eten.
In de volgende blogposts gaan we nog verder in op het thema voedselveiligheid.