Plant(aardige) voeding

Beterschap voor je nieren door de juiste boodschappen

Plant(aardige) voeding

September 9, 2019 Uncategorized 0

 

We adviseren nierpatiënten die nog (of weer) een redelijke nierfunctie hebben om zo veel mogelijk échte voeding te eten én meer plantaardig.

Er is veel onenigheid en verwarring over wat nu gezonde voeding is voor mensen, maar dat groente en fruit goed voor je zijn, daar staat iedereen achter. En dan is er natuurlijk, zoals altijd op voedingsgebied, een felle discussie. Moet iedereen in het kader van duurzaamheid of gezondheid veganistisch eten, moet je minstens 250 gram groente en 2 stuks fruit nemen zoals de Gezondheidsraad adviseert of is het toch allemaal onzin? Er is veel onderzoek waarin heel duidelijk gevonden wordt dat mensen langer leven voor iedere gram groente die ze meer eten. Er zijn natuurlijk gevallen waarin het ook te veel kan zijn. Als je een zeer lage nierfunctie hebt, denk aan 10-20% nierfunctie, kun je bijvoorbeeld echte problemen krijgen als je te veel fruit en groenten eet omdat je dan veel kalium binnenkrijgt. Je nieren kunnen dan het kalium, dat in principe goed voor je is, niet meer voldoende uitscheiden.

Voor onze doelgroep, patiënten met een redelijke nierfunctie van 30% of meer, adviseren we om een verschuiving te maken naar meer plantaardige voeding. In de praktijk betekent dit: eet meer groenten en fruit en beperk de inname van dierlijke producten en dan vooral van (bewerkt) rood vlees, maar blijf wel vette vis eten. Waarom adviseren we dat? We gaan in deze blog in op 4 redenen die speciaal voor nierpatiënten relevant zijn:

  1. Zuurbelasting in je nieren verminderen
  2. Bloeddruk verlagen
  3. Opname van fosfaat verminderen
  4. Minder zout door minder bewerkt vlees

We sluiten af met praktische tips over hoe je meer plantaardig eet.

 

Reden 1. Zuurbelasting in je nieren verminderen 

Onze gezondheid is gebaseerd op het in stand houden van ons inwendig milieu. Binnen dit inwendig milieu speelt het zuur-base evenwicht een grote rol. Allerlei processen in het lichaam kunnen alleen verlopen als de zuurgraad van weefselvloeistoffen in ons lichaam binnen zeer nauwe grenzen gehandhaafd blijft. Gelukkig heeft ons lichaam verschillende mechanismen om de zuurgraad stabiel te houden, namelijk een groot buffersysteem in het bloed, de uitscheiding van koolzuur door de longen, de uitscheiding van zuren via de nieren en het onttrekken van calcium uit de botten.

De aard van de voeding kan verschuiving van het zuur-base evenwicht veroorzaken. Na de vertering van voedsel in het lichaam blijft er een zure of basische rest over (basisch, ook wel alkalisch genoemd, is het tegenovergestelde van zuur). De chemische samenstelling van voedsel bepaalt of het dan wel een zuur of basisch effect geeft. Dit heeft niets te maken met smaak, zo hebben zure vruchten zoals citroen en sinaasappels een basisch effect. 

In ons Westerse voedingspatroon is de balans tussen zure en basische producten verschoven naar de zure kant. Normaal gesproken kan het lichaam het overschot aan zuren uitscheiden via de nieren en de longen. Studies tonen aan dat een voedingspatroon met een hoog zuur-effect kan leiden tot onder andere diabetes type 2, spierafbraak, botontkalking en het wordt ook geassocieerd met een versnelde achteruitgang van de nierfunctie. Beschadigde nieren zijn minder goed in staat om zure stoffen uit het bloed te filteren. Wanneer je minder zuurvormende producten (voornamelijk dierlijke producten) eet en meer basische producten (bijvoorbeeld groenten, fruit, peulvruchten, noten) kan het risico op achteruitgang van de nierfunctie afnemen.
Dierlijke producten zijn vaak hoog in eiwit en fosfor en zijn daardoor zuurvormend (ze hebben een hoge PRAL-waarde, zie figuur 1 en evt het blok over de PRAL formule). Plantaardige producten zijn vaak lager in eiwit en hoger in kalium, magnesium of calcium waardoor ze meer basevormend zijn. Meer groenten en fruit en minder dierlijke producten zorgen over het algemeen voor een gezondere zuur-base balans.

Figuur 1. PRAL-waarde voor verschillende voedingsmiddelen per 100 gram.

 


PRAL

Een manier om te bepalen of een voedingsmiddel een zuur of basisch effect heeft is onderstaande PRAL-formule. PRAL staat voor de Engelse term Potencial Renal Acid Load. Hiermee wordt de geschatte zuurbelasting op het lichaam van een voedingsmiddel bedoeld per 100 gram en daarmee de invloed die het voedingsmiddel heeft op het zuurgehalte van de urine. Via de Voedingswaardetabel (https://www.voedingswaardetabel.nl/bereken/pral/) kan je voor elk product de PRAL-waarde bepalen. Zoek het gewenste product op waar je de PRAL-waarde van wil weten. Is de PRAL-waarde van dit product niet bekend, zoek dan het eiwitgehalte en de mineralen fosfor, calcium, kalium en magnesium op. Vul deze gegevens in in de onderstaande formule, of gebruik de formule op de website van de Voedingswaardetabel:

PRAL (mEq / 100 gram) = 0,49 x eiwit (gram / 100 gram) + 0,037 x fosfor (milligram / 100 gram) − 0,021 x kalium (milligram / 100 gram) − 0,026 x magnesium (milligram / 100 gram) − 0,013 x calcium (milligram / 100 gram)

Om dit met een voorbeeld te verduidelijken hebben we van twee dagmenu’s de PRAL-waarde berekend met bovenstaande formule. Allereerst hebben we de waarde bepaald van een typisch Westers dagmenu. Een menu met wat vlees bij de warme maaltijd, twee porties zuivel, 1 stuk fruit, 150 gram groente en wat graanproducten zoals brood en pasta. Daarna hebben we de waarde bepaald voor een Beterschappen dagmenu met veel groenten (tenminste 250 gram), 2 stuks fruit en weinig dierlijke producten. De PRAL-waarde van het Westerse menu kwam op +15 (zuurproducerend) en de waarde van het Beterschappen menu kwam op -15 (basisch). Dit laat goed zien welke invloed je met voeding kunt hebben op het zuur-base evenwicht.


 

Reden 2. Bloeddruk verlagen

Ieder beetje verbetering van de bloeddruk is winst voor je nieren. Er wordt meestal met medicatie gestart om de bloeddruk te verlagen, in veel gevallen met ACE-remmers. Het zuur-base evenwicht heeft bovendien effect op de bloeddruk en dus ook op het verloop van de nierschade. Dit liet een 5 jaar durende studie zien waarbij onderzocht werd wat de effecten zijn van dagelijkse inname van pillen met natriumbicarbonaat (zeer basevormend) op hoge bloeddruk bij chronische nierschade. Ze vonden dat natriumbicarbonaat een significante daling van de bloeddruk gaf en een verminderde afname van de nierfunctie. Natriumbicarbonaat zorgt dus voor een verbetering van de bloeddruk en hierdoor op het verloop van de nierschade. Maar laten we dezelfde belangrijke effecten van plantaardige voeding (ook basisch) hier zeker niet vergeten. Een andere, wat korter lopende interventiestudie, toont aan dat groenten en fruit eenzelfde werking hebben op het verloop van de nierschade als natriumcarbonaat, maar bij groente en fruit zien we een grotere bloeddrukverlaging dan bij het gebruik van natriumbicarbonaat. Nog een belangrijke reden om meer groenten en fruit te eten. 


Reden 3. Opname van fosfaat verminderen

Teveel fosfaat in het bloed slaat samen met calcium neer in de bloedvaten wat kan leiden tot bloedvatverkalking (atherosclerose). Dit verhoogt het risico op hart- en vaatziekten. Nierpatiënten hebben mede hierdoor een zeer hoog risico om te overlijden aan hartaanvallen en herseninfarcten, meer zelfs dan aan nierfalen zelf. Bij toenemende nierschade verliezen de nieren het vermogen om voldoende fosfaat uit het bloed te filteren, met als gevolg verhoogde fosfaatwaarden in het bloed. Ook bij goed functionerende nieren zijn fosfaatwaarden hoger in het bloed als je veel fosfaat binnenkrijgt. Verhoogde fosfaatwaarden kunnen ook resulteren in botontkalking. 

Onderzoek laat zien dat een verschuiving naar een meer plantaardig voedingspatroon, bestaande uit tenminste 70% plantaardige eiwitten, tot een lager fosfaatgehalte in het bloed leidt. Dat heeft te maken met de manier waarop fosfaat opgenomen wordt in de darmen. Fosfaat uit planten wordt slecht geabsorbeerd doordat het grootste deel opgeslagen is in de vorm van fytaten die niet door het lichaam afgebroken kunnen worden. Een groot deel van fosfaat uit dierlijke bronnen is gebonden aan makkelijk verteerbare organische moleculen. Fosfaat uit plantaardige producten wordt dan ook voor ongeveer 20-50% opgenomen en fosfaat uit dierlijke producten voor ongeveer 60%. Door meer plantaardige producten te eten verminder je dus de opname van fosfaat. En dan bij voorkeur onbewerkte plantaardige producten, want veel bewerkte producten bevatten fosfaat als hulpmiddel, bijvoorbeeld om de smaak of houdbaarheid te verbeteren. Dit fosfaat wordt voor vrijwel voor de volledige 100% opgenomen. Wil je meer hierover weten? Lees dan onze blog over fosfaat


Reden 4. Minder zout door minder bewerkt vlees

Dit gaat natuurlijk niet echt over eigenschappen van vlees, maar volgens het RIVM is bijna de helft van het vlees dat wij Nederlanders eten ‘bewerkt’ en dus extra zout. Vleeswaren zoals worst, ham of paté en hamburgers, worst en gemarineerd vlees zijn bewerkt. 

Een te hoge zoutinname kan nadelige gevolgen hebben voor je bloeddruk en uiteindelijk voor je nierfunctie. Ook kan een te hoge zoutinname de werking van je bloeddrukverlagende medicatie tegenwerken. Nierpatiënten moeten zout nog iets meer beperken dan andere mensen. Onze richtlijn voor nierpatiënten is maximaal 5 gram zout per dag.

Verse groenten bevatten nauwelijks zout. Ook diepvriesgroenten, behalve de groenten a la crème, worden zonder zout bereid. Groenten in blik of pot bevatten wel zout, al zijn er steeds meer zoutarme of zoutloze opties te koop. Bij ons voedingspatroon met veel onbewerkte voeding en groenten minder je dus automatisch je zoutinname. 


Sommige dierlijke producten lijken gezonder dan andere

Rood vlees en bewerkt vlees zijn het minst gezond. Volgens het voedingscentrum is er inmiddels voldoende wetenschappelijk bewijs voor de relatie tussen het eten van rood vlees en vooral van bewerkt vlees en het risico op bepaalde soorten kanker (waaronder darmkanker), het risico op diabetes type 2 en op beroerte. Wij hebben daarnaast ook gekeken naar de relatie tussen de consumptie van dierlijke eiwitten en het effect daarvan op microalbuminurie (eiwit in de urine). Op basis van de onderzoeken die wij gelezen hebben kunnen we niet zeker concluderen dat consumptie van meer dierlijke producten leidt tot meer microalbuminurie. Wat wel duidelijk naar voren komt is het nadelige effect van de consumptie van rood vlees. Rood vlees lijkt microalbuminurie te verhogen. De inname van rood vlees laat ook een sterke associatie zien met een versnelde achteruitgang van de nierfunctie. Daarnaast heeft het ook een nadelig effect op het zuur-base evenwicht en geeft het in de meeste gevallen een hogere fosfaat- en zoutbelasting. Met rood vlees worden alle producten bedoeld van rundvlees, varkensvlees, lamsvlees en paardenvlees.

Andere dierlijke producten lijken gezonder. Vervanging van rood vlees door kip, eieren, vis, zuivel of plantaardige eiwitbronnen verlaagt het risico op achteruitgang van de nierfunctie aanzienlijk. 

Een stukje vette vis per week is een goed idee. De Omega-3 vetzuren in vette vis zijn gunstig voor hart-en bloedvaten en zouden de achteruitgang van de nierfunctie kunnen vertragen. Net als het voedingscentrum adviseren wij 1 keer per week een portie (100 gram) vette vis.


Hoe eet je meer plantaardig?

Het korte antwoord is, ga op zoek naar nieuwe lekkere plantaardige producten en ga daar meer van eten, dan verrijk je je eetpatroon en mis je niets. Die vervangen dan vanzelf een gedeelte van de dierlijke producten in je eetpatroon.

Gemiddeld halen Nederlanders nu 61% van de eiwitten in onze voeding uit dierlijke bronnen (vlees, vis, zuivel, kaas, eieren) en 39% uit plantaardige bronnen (peulvruchten, noten, granen, paddenstoelen). De verhouding is dus op dit moment dus ongeveer 60% dierlijk vs 40% plantaardig. Wij adviseren een flinke verschuiving, ongeveer 40% dierlijk en 60% plantaardig vinden we een goed doel. Ook een vegetarisch voedingspatroon, waarbij vlees volledig wordt vervangen door plantaardige varianten zoals peulvruchten, noten, soms wat ei en waarbij wel zuivelproducten worden gebruikt levert geen problemen op wat betreft de volwaardigheid van de voeding. Zelfs een volwaardig veganistisch voedingspatroon is mogelijk, maar je moet je er dan wel echt flink in verdiepen.

 


Eiwitinname en volwaardige eiwitten

Krijg je dan wel genoeg eiwitten binnen? Dat wordt vaak gevraagd als je meer plantaardig gaat eten. Ja, is het korte antwoord voor de meeste mensen. In onze vorige blog over eiwitten kun je meer lezen over optimale eiwitinname voor nierpatiënten. Het gaat enerzijds om de hoeveelheid, voor iedere persoon is er een optimale range. Anderzijds gaat het ook over de volwaardigheid van de eiwitten. Eiwitten zijn opgebouwd uit aminozuren. Ieder eiwitrijk product bevat weer andere aminozuren. Plantaardige eiwitbronnen bevatten minder essentiële (nodige) aminozuren en in een andere verhouding dan vlees en zuivel. Daarnaast is het eiwit uit sommige plantaardige producten moeilijker te verteren. Door verschillende plantaardige eiwitbronnen in producten te combineren kan toch een goede aminozuurmix verkregen worden. Dat is een van de redenen waarom gevarieerd eten goed voor je is, wat in het ene product wat weinig zit is weer in overvloed aanwezig in het andere. Welke combinaties zijn gunstig? Denk bijvoorbeeld aan het combineren van graanproducten zoals rijst of pasta met peulvruchten zoals bonen of linzen. Of de combinatie van noten en zaden met peulvruchten en groenten levert ook volwaardig eiwit op.


 

En hoe zit het met onze groente- en fruitconsumptie? Deze is in Nederland nog altijd te laag. Gemiddeld eten we 115 gram fruit per dag, dat is niet meer dan 1 stuk fruit, en ongeveer 130 gram groente. De aanbeveling vanuit de Gezondheidsraad is 2 stuks (ongeveer 250 gram) fruit en 250 gram groenten. Ruim 80% van de groente eten we bij de warme maaltijd. Als je meer groente en fruit wilt eten, denk er dan ook eens aan om deze toe te voegen aan je ontbijt, lunch of tussendoor.

Hieronder geven we enkele tips:

Ontbijt

  • Vervang dierlijke zuivel door ongezoete plantaardige varianten, zoals sojamelk of sojayoghurt. Er zijn ook andere plantaardige zuivelproducten verkrijgbaar bijvoorbeeld op basis van amandelen of haver. Deze bevatten wel veel minder eiwit en bovendien een mindere eiwitkwaliteit. Soja heeft een hoge eiwitkwaliteit en kan dus goed als plantaardige eiwitbron gebruikt worden.
  • Als je brood eet, experimenteer dan met lekker beleg in plaats van vleeswaren of kaas: banaan, aardbei, amandelpasta, cashewpasta, sesampasta, hummus (bijv Maza met minder zout), muhammara, verse avocado, tomaat, komkommer, etc. 
  • Eet fruit bij je ontbijt. Wij zijn fan van de kilozakken rood fruit uit de diepvries, supergezond en niet te duur. Meng het bijvoorbeeld door de yoghurt of havermoutpap of in een smoothie.
  • Maak groene smoothies, voor de echte groente-enthousiastelingen.

 

Lunch

  • Kies een salade als lunch met daarin noten, peulvruchten en lekker veel groenten. Soms kun je ook fruit toevoegen aan een salade, zoals mandarijnen of appel. Maak de salade de avond van tevoren en neem het mee in een bakje voor wat meer tijdswinst in de ochtend.
  • Kook extra grote hoeveelheden voor het avondeten en investeer in lekvrije bakjes om de volgende dag met een gezonde lunch te pronken op je werk.
  • Experimenteer met broodbeleg, zoals we bij ontbijt al noemden.

 

Avondeten

  • Eet fruit bij de warme maaltijd. De vitamine C in fruit zorgt ook voor een betere opname van ijzer uit de maaltijd.
  • Vervang vlees door ei, noten, peulvruchten (bonen, kikkererwten, linzen ed.), paddestoelen, groente en volkoren graanproducten. 
  • Er zijn veel lekkere vleesvervangers te koop. De meeste vleesvervangers bevatten wel veel zout. De hoeveelheid zout varieert nogal per merk en soort. Heb je overdag al behoorlijk zoutarm hebt gegeten, dan hoef je je niet te druk te maken over de hoeveelheid zout in de vleesvervanger. Maar mocht je je zoutinname nog verder willen beperken, kies dan producten met wat minder zout.
  • Je kan natuurlijk ook heel makkelijk zelf vleesvervangende producten maken. Je bepaalt zelf de smaak en de hoeveelheid zout. Maak bijvoorbeeld je eigen linzenburger met wortel of groenteballetjes van zoete aardappel en spinazie, of marineer je eigen tempé: lekker voor in een salade of ovenschotel. 
  • Gezond eten in restaurants blijft lastig en de vegetarische hoofdgerechten zijn vaak enorm zout met bijvoorbeeld veel kaas. Kijk eens bij de voorgerechten, de keuken kan bijvoorbeeld de salades altijd wel als hoofdgerecht serveren. 
  • Eet wel minstens 1 keer per week een portie (100 gram) vette vis. Voorbeelden van vette vis zijn sardines, zalm(forel), sprotjes, ansjovis, haring en makreel. Ja, die zijn niet plantaardig, maar ze zitten wel boordevol gezonde Omega-3 vetten.

 

Tussendoor

  • Eet noten als snack, ongezouten of licht gezouten, de hoeveelheid zout verschilt flink per merk.
  • Eet meer rauwe groenten als tussendoortje. Er zijn ook makkelijke snackgroenten zoals cherrytomaten, wortel, paprika of komkommer te koop.
  • Eet fruit tussendoor. Maak er een gewoonte van om dagelijks twee stuks fruit te eten.

 


Let op de kaliumspiegel in je bloed

Meer plantaardige producten eten, en dan vooral extra groente en fruit, betekent een hogere kaliuminname. Kalium is goed voor je, maar kan gevaarlijk zijn voor je hart als je nieren het niet meer goed uitscheiden. Dit begint vaak te spelen bij een resterende nierfunctie van 10-20%, maar het kan ook al bij een hogere nierfunctie. Je arts meet normaal gesproken bij iedere controle de hoeveelheid kalium in je bloed en urine. Bij een verhoogde kaliumwaarde in je bloed (>5,5 mmol/L) moet je op je kaliuminname gaan letten. Als dit voor jou geldt, bespreek dan met je arts of diëtist hoe je je voeding kunt aanpassen.